Stap 2: Zijn uw activiteiten schadelijk?
U gaat activiteiten of werkzaamheden uitvoeren voor ruimtelijke ontwikkeling. Uit stap 1 blijkt dat er beschermde soorten op de plaats of in de omgeving zijn waar u activiteiten wilt uitvoeren.
Stap 2 Kunnen mijn activiteiten schadelijke effecten hebben op deze soorten? Dit hoeft niet altijd zo te zijn. De kans op nadelige gevolgen verschilt per activiteit.
Voorbeelden
1. Wilt u tijdens de broedperiode bomen gaan kappen? Dan bestaat de kans dat uw activiteiten schadelijke effecten hebben op broedende vogels. Gaat u buiten de broedperiode kappen, dan is die kans weer kleiner. U moet eerst onderzoeken of er andere planten of dieren in de bomen leven. Voorbeelden van beschermde dieren zijn vogels, vleermuizen of boommarters. Ook beschermde planten kunnen in bomen groeien, zoals de wilde gagel.
2. Gaat u slopen? Is de muur een spouwmuur? Dan bestaat de kans dat er vleermuizen in de spouwen leven. Bij een enkelsteensmuur is die kans weer kleiner.
Hoe weet u of er schadelijke effecten zijn?
Of er schadelijke effecten zijn volgt uit onderzoek. U kunt hiervoor een deskundige inschakelen. Meestal bekijkt de deskundige eerst in een globaal onderzoek of er schadelijke effecten kunnen zijn. Ook kan hij u advies geven over het voorkomen van schadelijke effecten. Blijkt dat de werkzaamheden negatieve invloed hebben op beschermde dieren of planten? Dan is vervolgonderzoek door een deskundige noodzakelijk. De deskundige brengt dan alles in beeld.
* Zijn uw activiteiten schadelijk voor een of meer beschermde inheemse dieren en planten?
Ga dan verder met stap 3.
* Zijn uw activiteiten niet schadelijk voor de beschermde inheemse dieren en planten?
U hoeft niet verder te gaan met het stappenplan. Een ontheffing heeft u niet nodig. U moet wel voldoen aan de zorgplicht.