Dienst Regelingen, Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innvovatie

DR-Loket

Stap 6: Ontheffing mogelijk?

U gaat activiteiten of werkzaamheden uitvoeren voor ruimtelijke ontwikkeling? Na stap 5 blijkt dat er beschermde soorten op de plaats of in de omgeving zijn waar u activiteiten wilt uitvoeren. De activiteiten kunnen een schadelijk effect hebben op deze beschermde soorten. U kunt geen of onvoldoende maatregelen nemen om schadelijke effecten te voorkomen. Er zijn schadelijke effecten en er zijn beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld. U kunt, ook niet met een gedragscode, onvoldoende maatregelen nemen om schadelijke effecten te voorkomen of verminderen. U heeft op dit punt al vijf stappen doorlopen.

Stap 6 Er zijn schadelijke effecten. Hoe belangrijk is het om toch de activiteit uit te voeren? Komt de gunstige instandhouding in gevaar? Zijn er alternatieven voor uw activiteiten?

Ontheffing is niet altijd mogelijk

Kunt u geen of onvoldoende maatregelen nemen om schadelijke effecten te voorkomen? Geldt er geen vrijstelling voor de aanwezige soort? Misschien kunt u ontheffing van de verbodsbepalingen uit de Flora- en faunawet krijgen. Dat kan alleen als uw werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen

Het voortbestaan van een soort mag niet in gevaar komen

U moet aantonen dat de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige soorten niet in gevaar komt.
U toont dit aan als:

  • uit gegevens blijkt de soort zich op de locatie kan handhaven. Dit geldt ook voor de langere termijn.
  • het natuurlijk verspreidingsgebied van die soort niet kleiner wordt of binnen afzienbare tijd gaat worden
  • er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties van die soort op lange termijn in stand te houden

Gaat het om instandhouding van een soort uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn? Bekijk dan de instandhouding op plaatselijk en regionaal populatieniveau. Voor andere beschermde soorten bekijkt u het voortbestaan op landelijk populatieniveau.

Voorbeelden:
1. Effecten op de kamsalamanderpopulatie in Twente en de Achterhoek bekijkt u op plaatselijk en regionaal populatieniveau.
2. Effecten op de eekhoorn in de duinen bekijkt u op landelijk populatieniveau.

Naar boven

Extra eisen bij vogels of zwaar beschermde soorten

Bij soorten genoemd in bijlage 1 van Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten of bijlage IV van de Habitatrichtlijn en vogels gelden bovendien de volgende eisen:

  • er is geen alternatief voor uw activiteit
  • uw activiteiten hebben betrekking op een maatschappelijk belang

Het kan echt niet anders, er zijn geen alternatieven
U moet aantonen dat er geen alternatief voor uw voorgenomen activiteiten of werkzaamheden is met geen of duidelijk minder negatieve effecten voor de beschermde soorten. Die alternatieven kunnen betrekking hebben op inrichting, uitvoering of locatie. Alleen dan kunnen wij ontheffing verlenen.

Voorbeelden:

  • Als het maatschappelijk belang een toename van de werkgelegenheid is, kunt u overwegen of de werkgelegenheid op een andere manier kan worden gestimuleerd. In plaats van een nieuw bedrijventerrein te realiseren, kunt u in bepaalde gevallen overwegen om bestaande terreinen te renoveren.
  • Als er meerdere locaties mogelijk zijn, moet u de locatie kiezen waar de minste negatieve effecten op de beschermde soorten zijn te verwachten.
  • Bij de bouw van een nieuwe woonwijk moet u onderzoeken of er op een andere manier in de woningbehoefte kan worden voorzien. Ook moet u alternatieven voor inrichting onderzoeken. In plaats van het gehele gebied met zand op te spuiten kunt u dit misschien ook pleksgewijs doen. U kunt misschien ook op een ander moment in het jaar starten met de uitvoering van de werkzaamheden.

 

Naar boven

Er moet een maatschappelijk belang zijn dat het schadelijk effect van uw activiteiten rechtvaardigt

U moet aantonen dat uw activiteiten een maatschappelijk belang hebben. Zonder belang kunnen wij geen ontheffing verlenen.

Belangen bij vogels
De belangen die u kunt opvoeren voor vogels zijn:

  • bescherming van flora en fauna
  • veiligheid van het luchtverkeer
  • volksgezondheid of openbare veiligheid

Belangen bij zwaar beschermde soorten
Zijn de soorten zwaar beschermd? De belangen die u kunt opvoeren voor deze zwaar beschermde soorten zijn:

  • bescherming van flora en fauna
  • volksgezondheid of openbare veiligheid
  • dwingende redenen van groot openbaar belang

Voor soorten genoemd in Bijlage 1 van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten kunt u alle belangen uit het Besluit opvoeren. Voor ruimtelijke ontwikkeling is het volgende belang het meest relevant:
• uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling

Voorbeelden:

1. Bescherming van flora en fauna: een natuurontwikkelingsproject
2. Volksgezondheid of openbare veiligheid: de beveiliging tegen overstromingen of wateroverlast
3. Dwingende reden van groot openbaar belang: de aanleg van rijksweg, de aanleg van een grensoverschrijdend bedrijventerrein
4. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling: de aanleg van een ecoduct, aanleg van een weg, stadswijk of bedrijvenpark, bouw of verbouwing van een gebouw, het verdubbelen van een wateronttrekking