Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

LNV Loket

  • -
  • +

Home » Onderwerpen » Subsidie » Investeringen in integraal duurzame stallen » Hoeveel subsidie

Hoeveel subsidie

Beschikbaar budget

Voor de Nationale openstelling van 15 september tot en met 15 oktober is € 16 miljoen beschikbaar. Voor de Europese openstelling in februari was € 11 miljoen beschikbaar.

Subsidie voor welke kosten?

Nationale openstelling (15 september tot en met 15 oktober)

U kunt subsidie krijgen voor:

  • de bouw, inrichting of verbetering van integraal duurzame stallen houderijsystemen, voor zover deze verband houden met dierenwelzijn, diergezondheid of milieu, en
  • het noodzakelijk materieel voor de werking van de integraal duurzame stal of houderijsysteem. Hieronder vallen de installatiekosten, die bestaan uit kosten die de leverancier in rekening brengt voor het bouwen en monteren van het materieel waardoor de functie van de integraal duurzame stal of houderijsysteem volledig kan worden benut.

Europese openstelling (februari)

U kunt subsidie krijgen voor:

  • de bouw, inrichting of verbetering van integraal duurzame stallen houderijsystemen, en
  • het noodzakelijk materieel voor de werking van de integraal duurzame stal of houderijsysteem. Hieronder vallen de installatiekosten, die bestaan uit kosten die de leverancier in rekening brengt voor het bouwen en monteren van het materieel waardoor de functie van de integraal duurzame stal of houderijsysteem volledig kan worden benut.

Btw valt niet onder subsidie. U vult op het formulier de kosten in exclusief btw.

Hoeveel subsidie per aanvraag?

Nationale openstelling (15 september tot en met 15 oktober)

U krijgt 40% van de meerkosten vergoed, als u binnen twee jaar na de datum van de toewijsbrief klaar bent met uw investering en binnen vier maanden daarna de vaststelling aanvraagt. De meerkosten zijn het verschil tussen de norminvestering en de duurzame investering.

U kunt € 400.000 per aanvraag krijgen. U krijgt minder subsidie als u via een andere regeling ook subsidie ontvangt voor dezelfde investering(en). Bijvoorbeeld: u ontvangt uit een andere regeling al 25% subsidie, dan kunt u voor deze subsidie niet meer dan 15% subsidie krijgen.

Ontvangt u staatssteun?
U krijgt ook minder subsidie als u nog andere staatssteun voor investeringen ontvangt. In drie achtereenvolgende fiscale boekjaren mag aan een landbouwbedrijf namelijk maximaal € 400.000 aan staatssteun voor investeringen worden toegekend. In zogenaamde probleemgebieden bedraagt dat maximum € 500.000. Bij de beoordeling houdt Dienst Regelingen dus rekening met de subsidies die zijn toegekend in uw lopende fiscale boekjaar en met uw subsidies in de twee jaren daarvoor. Als u deelneemt aan één van onderstaande regelingen kan dit invloed hebben op uw subsidie.

Regelingen van LNV die invloed kunnen hebben op uw subsidie:

  • Jonge landbouwers
  • Investeringen in energiebesparing
  • Subsidie voor fijnstofmaatregelen

Regelingen van lokale overheden die invloed kunnen hebben op uw subsidie:

  • Gemeentelijke Subsidieverordening duurzaamheidsinvesteringen agrarische bedrijven in Brabantse landbouwontwikkelingsgebieden.
  • LIB-subsidieregeling (Landbouw Innovatie Noord-Brabant) voor zover het gaat om investeringssteun.
  • Subsidieregeling duurzame landbouw in Noord-Brabant voor zover het gaat om investeringssteun.
  • Provinciaal Meerjarenprogramma 2007-2013 Gelderland voor zover het gaat om landbouwinvesteringssteun.
  • Subsidieregeling Vitaal Gelderland voor zover het gaat om landbouwinvesteringssteun.
  • Provinciale subsidieverordeningen voor zover het gaat om subsidie voor grondverwerving bij boerderijverplaatsing.
  • Provinciale subsidieverordeningen voor zover het gaat om subsidie voor herverkaveling
  • Subsidieverordening Inrichting Landelijk Gebied Limburg, onderdelen:
    • Paragraaf 1.2 Projectvestigingen intensieve veehouderij
    • Paragraaf 1.4 Samenvoeging bedrijfslocaties intensieve veehouderij op duurzame locaties
    • Paragraaf 1.5 Verbetering kennis en innovatie in de landbouw (Greenport)
    • Paragraaf 1.9 Extensivering melkveehouderijen
    • Paragraaf 6.1 Herstel verdroogde natuurgebieden
    • Paragraaf 6.4 Stimulering grondwatervriendelijk grondgebruik
  • Uitvoeringsbesluit Subsidies Overijssel voor zover het gaat om subsidie voor landbouwinvesteringen.
  • Uitvoeringsbesluit Reconstructie Overijssel voor zover het gaat om subsidie voor landbouwinvesteringen.
  • Deelverordening omschakeling biologische landbouw Noord-Holland 2008.
  • Uitvoeringsregeling omschakeling biologische landbouw Noord-Holland 2010
  • Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds (Ministerie van VROM) voor zover het gaat om subsidie voor investeringen in landbouwbedrijven.
  • Een individuele subsidie die niet gebaseerd is op een regeling.

Europese openstelling (februari)

U krijgt 50% van de meerkosten vergoed, als u uiterlijk 28 februari 2011 klaar bent met uw investering en vaststelling aanvraagt. Bent u uiterlijk 29 februari 2012 klaar? Dan krijgt u over investering die u het tweede jaar realiseert 40% vergoed. De meerkosten zijn het verschil tussen de norminvestering en de duurzame investering.    

U kunt € 400.000 per aanvraag krijgen.

Hoe berekent u de meerkosten?

U vergelijkt twee offertes met elkaar. In de ene offerte staan de kosten voor de normstal(len). In de andere offerte staan de kosten voor de integraal duurzame stal. Het verschil tussen de kosten in de twee offertes, zijn de meerkosten.
U kunt voor de berekening van de kosten voor de normstal gebruik maken van de Kwantitatieve Informatie voor de Veehouderij 2009 – 2010 (KWIN). Heeft u deze niet, dan kunt u voor de berekening offertes gebruiken met de normkosten.

U kunt de meerkosten ook berekenen door alleen de extra kosten op te voeren die bijdragen aan de integrale duurzaamheid van uw stal. Denk aan kosten voor een vloer, een mestrobot of de kosten voor de extra vierkante meters die meer zijn dan de norm. Ter compensatie moet u dan ook normkosten opvoeren voor standaardinvesteringen. Tegenover de kosten voor energiezuinige verlichting staan normkosten voor standaardverlichting. Het verschil tussen deze twee zijn de meerkosten.